18 september 2016

Lichtstad

Pas sinds een jaar of twee lees ik de boeken van Ernest Hemingway en onlangs verscheen zijn postuum uitgegeven A Moveable Feast dat hij vlak voor zijn zelfmoord in 1961 schreef, in vertaling Parijs is een feest. Het is een verzameling impressies over de vijftal jaren die Hemingway vanaf 1921 in Parijs doorbracht. Hij ontmoette er illustere persoonlijkheden als Gertrude Stein, Ezra Pound en F. Scott Fitzgerald. Hemingway was in deze jaren een beginnend schrijver, die zijn geld verdiende met het schrijven van journalistieke stukken; pas in 1929 brak hij internationaal door met A farewell to arms. Deze herinneringen spelen in de jaren daaraan voorafgaand. Het is een fraai egodocument, stemmig en eerlijk. Geen diepgravend gefilosofeer, maar een zuiver verslag van moeilijke jaren vol armoede, en toch ook van wilskracht en zelfverzekerdheid. Het blijft een fenomeen, die Hemingway. Avonturier, schrijver van grootse boeken en toch ook een tragisch figuur.

02 september 2016

Snijdend

De stationsboekhandels liggen vol met stapels boeken waarop de DWDD-stickers en andere, vergelijkbare vijfsterren-aanprijzingen je om de oren vliegen. Kwantiteit nivelleert, dus ik hecht er geen waarde (meer) aan. Maar goed, je gaat naar de opera, ontmoet er tijdens de pauze oude bekenden en die staan in koor te oreren dat je Een klein leven toch echt moet lezen. O ja, dat boek tussen al die andere in de stationsboekhandel. Enfin, een niet te missen cultroman van de Amerikaanse Hanya Yanagihara, 750 pagina's dik. Ik deed er een maand over, en las zelden zo'n pakkende roman. En nee, niet vanwege het verhaal. Dat is op zich al aangrijpend, maar daar zijn er vele van. Vier vrienden in Manhattan, gevolgd vanaf hun twintigste tot zo ongeveer hun vijftigste. Ze ontwikkelen zich van arm student tot geslaagd kunstenaar, advocaat, architect en acteur. En in tegenstelling tot dit ogenschijnlijk succesverhaal wordt het steeds gruwelijker, eenzamer en snijdender. Maar dat is niet wat dit boek - voor mij - zo geweldig maakt. Het is met name de onuitputtelijke zwierige en alles aan elkaar verbindende levensinzichten die Yanagihara over de pagina's uitstrooit. Yanagihara bedwelmt met haar grandioze volzinnen waarin ze uitlegt, verklaart, interpreteert en bevraagt. Ik kan me voorstellen dat dit niet ieders kopje thee is; wanneer het je louter om het verhaal gaat, duurt dit boek veel te lang en kun je je ergeren aan al die verklaringen en nuanceringen. Maar voor mij vormen die nu juist de kracht van het boek. Soms was ik na het lezen van tien pagina's uitgeput: zoveel krijg je te verstouwen. Verbazingwekkend! Het verhaal is niet volledig evenwichtig. De tijd waarin het speelt klopt niet helemaal volgens mij, en de afloop kwam mij iets te gekunsteld voor. Maar ik vergeef het Yanagihara: de welhaast Proustiaanse detaillering maakt dit boek een bedwelmende leeservaring, zoals ik al heel lang niet meer heb meegemaakt.

28 augustus 2016

Orgelspel

Eigenlijk heel bijzonder, want geen andere levende Nederlandse schrijver doet hem dat na: ieder nieuw boek van Maarten 't Hart is geslaagd, goed, lezenswaardig. Na een prachtige roman over zijn moeder (zie hier) nu ruim een jaar later een vrolijkmakende verhalenbundel vol autobiografische gebeurtenissen die je van begin tot einde in de greep houden. Geen zaken voor de literaire eeuwigheid, maar ik kan nu alweer uitzien naar zijn volgende boek. Want 't Hart leest zalig, ongecompliceerd, maar toch ook hollands-op-zijn-smalst-betekenisvol. Want wie kan het verhaal weerstaan over de verkoop van zijn huisje in de Leidse binnenstad? Of het titelverhaal De moeder van Ikabod? En het korte verhaaltje waarin hij de draak steekt met Jan Siebelink: verrukkelijk. (Knielen op een bed trompetnarcissen: je moet er maar opkomen!). Of het verhaal over de losgelaten hanen helemaal klopt, waag ik te betwijfelen. Vanuit de trein gezien langs de A44 bij Sassenheim lopen die hanen op een andere plek dan waar 't Hart ze situeert - ze zijn vanuit de trein soms wel te zien. Het scheelt een paar kilometer, volgens mij. Dichterlijke vrijheid! Enfin, het is allemaal zalig lezen waarbij je de tijd verliest. Maarten 't Hart is pas 71 en leeft gezond naar eigen zeggen. Dus hopelijk nog veel van dit soort eigenzinnige boeken!

21 augustus 2016

Opmaat

Lezers van dit boekendagboek weten dat ik ieder jaar minstens een deel uit de Russische bibliotheek van Van Oorschot lees. Na de complete Tsjechov, Toergenjev, Gogol en Poesjkin is het nu de beurt aan Graaf L.N. Tolstoj. Ik las voor de start van deze weblog wel al de twee delen met Oorlog en vrede, maar de rest wachtte nog. De Verzamelde werken deel 1 bevatten verhalen en novellen die Tolstoj tussen 1851 en 1863 schreef. De verhalen blijken hoofdzakelijk gebaseerd op persoonlijke ervaringen: Tolstoj wordt al jong landheer en de relatie met de lijfeigenen beschrijft hij in het prachtige De ochtend van een landheer, waarin de landheer de positie van zijn boeren wil verbeteren maar vooral op onbegrip stuit. In 1851 reist Tolstoj naar de Kaukasus; die reis levert het lange De kozakken op. Kort daarna maakt hij er de Krimoorlog mee. Meerdere verhalen geven een inkijkje in het Russische leger uit die jaren; ook de verdediging van Sebastopol najaar 1854 en begin 1855 wordt prachtig beschreven. Hier leert Tolstoj te schrijven over legerzaken, wat hem later goed van pas zal komen bij het schrijven van Oorlog en vrede. Dit eerste deel bevat ook meer romantische verhalen over liefde en ontrouw. Huiselijk geluk is een pareltje, over hoe onstuimige liefde omslaat in teleurstelling. Enfin, die Russische bibliotheek blijft een een vat vol schoonheid!

10 augustus 2016

Verraad

Na wat moeizame boeken eindelijk weer eens een roman die het genoegen van lezen volledig onderstreepte. Van Amos Oz las ik drie jaar geleden voor het eerst een boek (zie hier) en zijn nieuwste roman Judas is een bijzonder geslaagd geheel waarin meerdere thema’s organisch verbonden zijn. De wat inzichzelfgekeerde Sjmoeël zit vast in zijn theologische promotieonderzoek en besluit ermee te stoppen. Hij gaat als verzorger van een oude man aan de slag; belangrijkste taak is het voeren van onderhoudende gesprekken. Langzaamaan ontvouwt zich de geschiedenis van deze oude man en zijn dochter. De Israëlische onafhankelijksstrijd in 1947 en de positie van discipel Judas lijken ver uiteenliggende onderwerpen, maar Oz verbindt alles stevig in een vloeiend verhaal, met de ware aard van verraad als centrale vraag. De theorie over Judas is een boeiende: Judas was niet de verrader waarvoor hij gehouden wordt, maar was juist de meest fervente aanhanger van Jezus. Judas leverde Jezus juist aan de Romeinen uit om hem de gelegenheid te geven te laten zien dat hij echt goddelijk was, en dus zo van het kruis kon stappen. Toen dat niet gebeurde was Judas zo teleurgesteld in zijn idool dat hij zich verhing. Waar Lize Spit (zie hieronder) nog moeite heeft om meerdere verhaallijnen tot één geheel te smeden, daar laat Oz zien dat hij zijn vak verstaat.

17 juli 2016

Afrekening

In Vlaanderen is het inmiddels een cultboek, en ook in Nederland is Het smelt niet onopgemerkt verschenen. Een groot verkoopsucces is deze Vlaamse roman dat in januari j.l. verscheen hier in Nederland weliswaar nog niet, maar je ziet het wel in elke boekhandel liggen. Ik kreeg het cadeau van een Vlaamse ex-collega, ook omdat de schrijfster Lize Spit een zus is van een andere, gezamenlijke, ex-collega. Enfin, vandaar. Ik las deze bijna 500 dikke debuutroman met de nodige moeite uit. Het verhaal is eigenlijk heel sterk en ook met de plot is niets mis. Toch ben ik er niet zo enthousiast over als bijna iedereen - als je de recensies op internet leest; in sommige boekhandels prijzen verkoopmederwerkers het als 'persoonlijke tip' aan. Ik vind de opbouw te verbrokkeld. Smit legt de puzzelstukjes kriskras op het bord en die techniek is mij te gekunsteld. Met een meer lineair verteld verhaal had het effect even krachtig, zo niet krachtiger kunnen zijn, en was het boek echt groots geweest. Nu zijn er teveel verhaallijnen, teveel perspectiefwisselingen en teveel hedens en verledens. Een echt goede schrijver weet een ogenschijnlijke wirwar toch als eenheid te presenteren. En zover is Lize Spit nog niet. Ze schrijft met dit debuut een heel jeugdgevoel van zich af; hopelijk heeft ze nog voldoende levenservaring over voor volgende romans, want schrijven kan ze zeker.

02 juli 2016

Teletijdmachine

Ik had het succes van Er is wieder da gemist; de verfilming schijnt net zo populair te zijn als het boek uit 2012 van Timur Vermes. Daar is hij weer kent een boeiend uitgangspunt. In 2011 wordt Adolf Hitler wakker op een voetbalveldje ergens in Berlijn, en niemand gelooft dat hij de echte Hitler is, maar een perfecte act van een acteur. Dat boeiende uitgangspunt houdt je de helft van het boek flink gekluisterd aan het boek, maar daarna begon het mij toch wel een beetje te vervelen. Ofwel: ik hoopte dat er een verdieping zou komen. Maar die bleef uit. Hitler blijft zijn theorieën uitdragen en verbaast zich over de moderne techniek en de hedendaagse maatschappij. Tja, dat zouden wij ook doen wanneer wij naar - zeg - 2100 worden verplaatst. De verbazing en het ongeloof van diegenen met wie Hitler in contact komt vormen een substantieel deel van deze roman, en dat is me toch wat te eendimensionaal. De film ga ik zeker niet bekijken.

26 juni 2016

Kluwen

Ik lees meer dan dat ik weblogs schrijf; ik lig nu vier boeken achter. Het is alweer een maand geleden dat ik Het ware leven. Een roman van Ilja Leonard Pfeijffer las. Na het superbe La superba (zie hier) en de verukkelijke Brieven uit Genua (zie hier) wilde ik eens wat vroeger werk van Pfeijffer lezen. Deze roman stamt uit 2006 en kreeg weliswaar een goede ontvangst, maar ik heb er flink mee geworsteld. Zoals ik in de recensie op de websire van Humo las: 'Pfeijffer kijkt niet op een personage of (sub)plot meer of minder: hij sleurt de lezer mee naar de besneeuwde vlakten van het negentiende-eeuwse Rusland, dwaalt door de catacomben van het oude Napels en observeert vastgeroeste koppels in café Burgerzaken in Leiden.' Ik houd graag van iets wat op een verhaallijn lijkt, en dan is het hard zoeken in dit boek. Pfeijffer behandelt onderwerpen die in La superba en de Brieven uit Genua coherenter aan de orde komen. Ik ga zeker meer lezen van Pfeijffer, maar Het ware leven vond ik niet zo geslaagd.

01 juni 2016

Implosie

Het boekje van Franca Treur las ik zo snel uit, dat ik voor de treinreis terug naar huis extra leesvoer nodig had. In Het einde van het Romeinse Rijk probeert Maarten van Rossem in 100 bladzijden uit te leggen hoe over een periode van vele honderden jaren dit enorme Rijk uiteenviel. Geen eenvoudige opgave, want dat Rijk was zo groot en zo divers, dat je eigenlijk niet van een eenduidig einde kunt spreken. Op een gegeven moment viel het Rijk uiteen in een Oost-Romeins en West-Romeins deel, en in beide delen verliepen de ontwikkelingen flink anders. Van Rossem maakt het voldoende inzichtelijk, ook al is het onderwerp te gecompliceerd om in 100 bladzijden uit te leggen, zeker ook omdat er verschillende historische inzichten zijn en Van Rossem deze probeert te duiden. Bepaald niet het finale boekwerk over dit onderwerp, maar bij de stationskiosk was eigenlijk niets beters te krijgen en prima voor een treinreis.

(On)gewoon

Een paar jaar geleden las ik het geslaagde en goed ontvangen (en verkochte) debuut Dorsvloer vol confetti van Franca Treur, zie hier de weblog daarvan. Haar tweede roman De woongroep werd minder goed onthaald, en heb ik nog niet gelezen. Na mijn geworstel met De steppewolf (zie hieronder) was ik toe aan een pageturner en haar bundel X&Y lees je binnen een uur uit. Het is een verzameling miniaturen over alledaagse situaties die toch ook weer apart blijken te zijn. Soms gewone misverstanden, soms eigenaardige gedragingen en alles wat ertussen zit. Treur weet in enkele zinnen een situatie neer te zetten; heel diep gaan de verhaaltjes echter ook niet. Het boekje voldeed aan mijn behoefte aan iets licht verteerbaars.

30 mei 2016

Einzelgänger

Ik lig zes te beschrijven boeken achter; ik lees meer dan dat ik weblogs schrijf. Jaren voordat ik deze weblog starte las ik Demian van Herman Hesse. Dat was een wat vreemd zweverig boek, dat toch heel stemmig overkwam. De steppewolf heeft eenzelfde sfeer, maar het lukte me niet om me daaraan over te geven. Ik deed dan ook bijna drie weken over de ruim 200 bladzijden. Het is een in memoirevorm gegoten verhaal over een Einzelgänger die buiten de maatschappij, en zelfs de werkelijkheid lijkt te staan. Veel gefilosofeer, waarbij je als lezer permanent een unheimisch gevoel hebt. Uiteindelijk belandt hij in een dromentheater en begaat hij allerlei misstappen. Misschien (of waarschijnlijk) dat ik de pointe van het boek heb gemist. Kan gebeuren.

27 april 2016

Meer Genua

Een klein jaar geleden las ik La Superba, de meesterlijke en terecht bekroonde roman van Ilja Leonard Pfeijffer over de stad Genua (zie hier de weblog erover). Onlangs verscheen in twee edities (een gewone paperback en in de serie privé-domein) een dikke bundel Brieven uit Genua die Pfeijffer tussen 2012 en 2015 vanuit die Italiaanse stad verstuurde. Het is een autobiografie in brieven, daadwerkelijk verstuurd maar ook bedoeld om als vervolg op La Suberba uitgegeven te worden. Het merendeel van de brieven is gericht aan zijn ex-vriendin Gelya, met wie Pfeijffer indertijd naar Rome fietste en waardoor hij in Genua is blijven hangen. Ook de brieven aan zichzelf op jongere leeftijd maken een belangrijk deel uit van het boek: in volgorde van vroeger naar nu geeft hij een inkijk in zijn eigen leven, studie, werk en liefdes. Brieven uit Genua is een verrukkelijk boek, vol smakelijke anekdotes, confronterende zelfinzichten, beschrijvingen van alledaags leven en vrolijk ge-ouwehoer, en dat alles in een vloeiende stijl. Over hoe hij zijn eerste poëziebundel bekostigde: Tijdens de Boekenweek had Boekhandel Paagman in Rijswijk een prijsvraag. Je moest een slagzin afmaken. De slagzin luidde: 'Ook buiten de Boekenweek is Boekhandel Paagman puntje puntje puntje.' En op die drie puntjes moest je dan iets invullen. Mijn inzending was 'er'. Tweede prijs. Boekenbon van vijftig gulden. Vijfentwintig gulden per letter. Ik ben sindsdien nooit meer zo goed betaald geweest als schrijver. Het boek staat vol met zulke anekdotes waarbij je in de lach schiet. De beschrijving van de bekendmaking van de AKO Literatuurprijs (La Superba legt het af tegen een boek van Joke van Leeuwen) is tragikomisch. Prachtig het relaas over een uitvaart van een havenarbeider als gevolg van een scheepsongeluk in de haven van Genua. Enzovoort, enzovoort. Pfeijffer is vooral een dichter, maar wat mij betreft schrijft hij voortaan alleen nog maar proza. Ik heb nog heel veel niet van hem gelezen; er moet dus nog veel moois op mij liggen wachten.

24 april 2016

Politiek

Vanuit Zuid-Afrika nam ik ook een biografie van Nelson Mandela mee. Zijn autobiografie kocht ik er ook, maar die volgt nog. Mandela. A critical life is een biografie die Tom Lodge al in 2006 schreef, dus zeven jaar voor de dood van Mandela. Veel is er in die zeven jaar niet meer gebeurd, maar incompleet is de biografie desondanks toch. Daarnaast is het veleer een boek over de politieke carrière van Mandela, dan dat het een levensbeschrijving is. Nu hield hij zich weliswaar voornamelijk met politiek bezig, maar geheel in balans is dit boek toch niet. Het kan ook aan de ondertitel liggen natuurlijk. Dit voor een biografie relatief dunne boek (275 blz) heeft veel te bieden. Lodge becommentarieert bestaande publicaties over Mandela (en ook diens eigen autobiografie) en ontrafelt en ontkracht zodoende veel misverstanden en sprookjes. De opkomst van het ANC, de ruim 25 jaar dat Mandela gevangen zat en zijn snelle gang naar het presidentschap daarna: het zijn boeiende onderwerpen waar vast en zeker aparte boeken over geschreven kunnen worden of inmiddels al zijn geschreven, maar ze komen in dit boek voldoende aan de orde om er een beeld van te krijgen. Mandela is pas ruim twee jaar dood, en er gebeurt in politiek opzicht zoveel in Zuid-Afrika, dat zijn betekenis nog lang niet goed ingeschat kan worden. Hij heeft voorkomen dat er na de omwenteling begin jaren negentig een burgeroorlog uitbrak, en ook in ander opzicht kunnen veel leiders een voorbeeld aan hem nemen. Het is wachten op een grote, veelomvattende biografie. Maar dit boekje is een goede eerste introductie.

Boekenweek 2016

Ik schreef het vorig jaar in de weblog over het boekenweekgeschenk van Dmitri Verhulst: boekenweekgeschenken zijn meestal zes-en-halfjes (zie hier die weblog). Ik had nog nooit iets van Esther Gerritsen gelezen, en Broer is een typisch zes-en-halfje. Het leest vlot weg, het houdt de aandacht goed vast, maar na afloop blijft er weinig van hangen. Of kortgezegd: geslaagde zus heeft een vreemde broer, en aan het eind van het verhaal zijn de rollen min of meer omgedraaid. Een vlot verhaal, stilisch prima geschreven, maar geen blijvertje. Er zijn teveel open eindjes: het bedrijf waar zus werkt, haar familie, het waarom van haar gedrag. Iets te gemakzuchtig (of te gehaast) in elkaar gezet, dit verhaal.

06 april 2016

Tijdlijn


Rond kerst en nieuwjaar was ik in Zuid-Afrika en daar kocht ik in een boekwinkel een op het oog licht verteerbaar maar daardoor handig boekje van Wendy Watson over de geschiedenis van het land, van prehistorie tot nu. This incredible land. A (very) concise history of South Africa behandelt chronologisch de belangrijkste momenten in de geschiedenis van Zuid-Afrika, en de 20ste eeuw krijgt daarin logischerwijs de meeste aandacht. Zo gaat het altijd met geschiedschrijving: over de periode van 1970 tot 1980 is domweg meer kennis beschikbaar dan over de periode van – zeg – 710 tot 720. Voor de gemiddelde lezer zoals ik is die 20-ste eeuw natuurlijk ook het meest interessant, ook al krijgen alle belangrijke momenten uit die geschiedenis aandacht. Voor een Nederlander is die geschiedenis niet iets om trots op te zijn. Kaapstad is weliswaar in 1652 gesticht door de Hollanders (Jan van Riebeeck), maar daarna werden er vrachtschepen vol mensen aangevoerd om slavenarbeid te verrichten. De apartheid werd pas in de 20ste eeuw in wetten vastgelegd, maar daarvoor was de rassenongelijkheid gewoon vanzelfsprekend. Het apartheidssysteem bleek uiteindelijk onhoudbaar. Het boekje bleek gedetailleerder en daardoor minder licht verteerbaar dan gedacht. En dat is een compliment aan de auteur.

03 april 2016

Aftellen


Van Annelies Verbeke las ik vele jaren terug (nog voordat ik in 2006 deze weblog startte) haar debuut Slaap!, dat toen als eigenzinnig-briljant werd ontvangen, maar dat mij tegenviel. Nu kreeg ik van een vriendin haar nieuwste roman cadeau. Dertig dagen heeft een wederom eigenzinnige opzet: de 30 hoofdstukken tellen af in plaats van op, en pas op de voorlaatste en laatste bladzijde wordt duidelijk waarom. Ik verklap dan ook niet wat dit behelst – ik zag het daarvoor ook absoluut niet aankomen. Door dit onverwachte slotakkoord veranderde mijn flinke dosis scepsis die ik tijdens het lezen van het boek aan het opbouwen was. Want het verhaal kwam me als te gefragmenteerd over. De hoofdpersoon heeft een schildersbedrijf en ontmoet allerlei verschillende, meestal rare klanten. Hun verhaallijnen blijven soms onvoltooid, maar dat blijkt dus uiteindelijk niet het hoofddoel van het boek. Verbeke schetst een stemmig beeld van West-Vlaanderen, waarin de belangrijkste stereotype kenmerken voorbijkomen. Omdat ook de hoofdpersoon, ondanks zijn zachtaardigheid, veeleer toeschouwer is dan de spil van de handeling, blijft ook hij een beetje afstandelijk geportretteerd. Het taalgebruik van Verbeke is soms wat cryptisch en hoekig, en precies zoals ik me van dat debuut herinnerde. Door die wending vlak voor het einde toch een bijzonder boek dat indruk achterlaat.

20 maart 2016

Allegro ma non troppo

Het is de componist die het meest tot de verbeelding spreekt, en die een flink aantal onweerstaanbaar mooie en goede muziekwerken schreef. Maar ik las nog nooit een biografie van Ludwig van Beethoven. En dat terwijl zo'n levensbeschrijving veel duidelijk maakt over 'de man achter de muziek' en dus ook over die muziek zelf. De Belg Jan Caeyers schreef enkele jaren geleden een goed ontvangen biografie, in het Nederlands. Beethoven. Een biografie is inderdaad een prima boek over deze gigant. Caeyers gaat voldoende diep in op de belangrijkste aspecten van Beethovens leven en kunstenaarschap, de ontvangst van zijn dikwijls revolutionaire muziek, zijn geldzaken, zijn relaties met vrouwen, met uitgevers, leraren en leerlingen en ook zijn betekenis voor de ontwikkeling van de piano etcetera. En dat alles in uitgebalanceerde hoofdstukken waarin zowel deze thema's als de chronologie stuivertje wisselen. Twee bijzondere inzichten: allereerst ten aanzien van zijn doofheid. Ergens in de jaren negentig van de achttiende eeuw kreeg Beethoven vlektyfus, waar hij weer van herstelde. Maar hij behoorde tot de tien à twintig procent van de gevallen die daaraan een startende en groeiende doofheid overhielden. Pure pech. Maar: Caeyers schrijft dat die doofheid achteraf misschien ook wel een geluk bij een ongeluk inhield: Beethoven moest door die doofheid zijn tijdrovende bestaan als uitvoerend kunstenaar geleidelijk aan beëindigen, en stortte zich aldus volledig op het componeren. Voorts had ik een beeld van Beethoven als een verwarde, eenzame en onhandelbare man; niets is minder waar. Beethoven wist al snel dat hij tot de topklasse van de muziek behoorde, stond al snel ik hoog aanzien bij vorsten en de adel, verkeerde in de hoogste kringen en gold al snel tot de beste componist van Wenen - zeker na de dood van Haydn in 1809. Hij verhuisde veel, maar niet van achterbuurt naar achterbuurt. De angst voor geldzorgen - overgehouden aan zijn vroege jeugd - maakte van hem een moeilijke onderhandelaar, maar armlastig was hij eigenlijk zelden. Nu weer verder genieten van zijn sublieme en voortdurend verbazingwekkende muziek!

06 maart 2016

DSCH

Vorig jaar herlas ik de door Volkov opgetekende memoires van de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj (zie hier de weblog daarvan), en daardoor lagen de in de nieuwe roman van Julian Barnes vertelde gegevens me nog vers in het geheugen. In Het tumult van de tijd staan drie momenten in het leven van Sjostakovitsj centraal die zijn relatie met de communistische partij en de machthebbers tekenen. De feiten zijn bekend, en toch boeit het boek van begin tot eind. Het zal vast vaker gedaan zijn, maar het schrijven van een fictionele biografie, of beter: biografische roman, vind ik een zeer geslaagd concept. De schrijver kan zich vrijheden veroorloven die een biograaf niet heeft, ook al moet het raamwerk kloppen met de werkelijkheid. Barnes slaagt daar volledig in; ook voor wie de muziek of de levensgeschiedenis van Sjostakovitsj niet kent is dit een zeer lezenswaardig boek.

21 februari 2016

Apartheid

Rond kerst en nieuwjaar was ik op vakantie in Kaapstad. Daar bezocht ik het District Six Museum aan de Buitenkantstraat. Het is een treurige geschiedenis: District Six was een levendige woonwijk aan de rand van het centrum van Kaapstad, aan de voet van de Tafelberg. In 1966 kondigde het apartheidsregime af dat de wijk moest worden afgebroken ten behoeve van blanke bewoners; negen jaar later was het daadwerkelijk zover en werden de bewoners naar huidskleur gedeporteerd naar townships ver buiten de stad. Een nieuwe wijk kwam er niet, en het gebied is nu grotendeels een lege vlakte. Het museum biedt een bonte verzameling herinneringen, in tekst, foto's, attributen. Beneden in een hoekje bevindt zich een boekenstalletje, en daar staat de 72-jarige Noor Ebrahim die sinds de jaren negentig in het museum werkt en een boekje schreef over zijn jeugd in District Six, en over het karakter van de wijk. Noor's story. My life in District Six is allemaal wat onbeholpen opgeschreven, niet bedoeld om een literair meesterwerk te zijn, maar louter om aan de lezer te vertellen hoe het was. Het boekje staat vol foto's, en die 88 pagina's lees je dan ook in één keer uit. Achterin het boekje ook foto's van de schrijver met hoge gasten die het museum bezochten: Nelson Mandela, Al Gore en Koningin Beatrix. Hij wilde heel graag het boekje ook voor mij signeren.

17 februari 2016

Korte baan

Tien jaar geleden las ik voor het eerst twee verhalenbundels van Bob den Uyl (zie hier de weblog), en vorig jaar twee bundels met selecties (hier en hier). Ik wilde gewoon meer, en kocht een bundeling van zijn eerste vier verhalenbundels. Quatro primi bestaat uit Vogels kijken, Een zachte fluittoon, Met een voet in het graf en De ontwikkeling van een woede. Een zachte fluittoon las ik 10 jaar geleden dus al, maar het herlezen was bepaald geen straf. Inderdaad, het 'Luister, een Montenegrijnse oorlogszang' is ronduit subliem en de hotelbelevenissen in 'In 't groene dal' uit Met een voet in het graf is eveneens hoogst vermakelijk. In dit eerste viertal zitten ook enkele doorwrochte en moeizame verhalen, maar ook deze bundel las ik in korte tijd met groot genoegen (en dikwijls met tranen in mijn ogen) uit. Hoe zeldzaam: je zit 's ochtends in een overvolle forensentrein - iedereen staart sikkeneurig naar zijn mobiel of het gratis krantje - en je weet niet waar je het zoeken moet van het lachen. Tja, ik herhaal maar: Bob den Uyl verdient een verzameld werk.

08 februari 2016

Zwaan kleef aan

Precies een jaar geleden las ik het zesde deel van de Adrian Mole dagboeken van Sue Townsend (zie hier). En begonnen in Zuid-Afrika en thuis uitgelezen nu het op één na laatste deel van de serie. Adrian Mole and the weapons of mass destruction is een dik boek vol meligheid en onverholen maatschappijkritiek. Het boek begint met een brief van Adrian aan Tony Blair, en dat tekent zijn karakter en de ironie van Townsend. Adrian heeft een reis naar Cyprus geboekt, maar hoorde in een toespraak van Tony Blair in het Britse lagerhuis dat Saddam Hussein lange-afstandsrakketten heeft waarmee hij ook Cyprus kan bereiken (de befaamde weapons of mass destruction, waarmee Blair en Bush de inval in Irak verdedigden). Nu wil Adrian zijn aanbetaling terug, en omdat het reisbureau dat weigert, richt hij een brief aan Tony Blair met de vraag of hij het reisbureau wil opdragen alsnog die aanbetaling van iets meer dan 57 Pond terug te storten.... Enfin, het boek zit ruim 400 pagina's vol van zulke meligheid. Mole heeft een vriendinnetje die hij verafschuwt (ze heeft als hobby het bouwen van poppenhuizen, en ze draagt Birkenstock-sandalen), maar waartegen hij ook geen nee kan zeggen. Haar ouders geven hem een pakje fairtrade biologische condooms uit Thailand. Hij geeft veel te veel geld uit; koopt een home-cinemasysteem met 5 afstandsbedieningen die hij niet snapt, (daardoor zet hij zijn flat op stelten met het op volle geluidssterkte live bekijken van de nachtelijke bombardementen op Bagdad, maar hij krijgt het geluid niet zachter), koopt een moderne koelkast die hem midden in de nacht wakker maakt met het signaal dat de melk over de datum is, en wordt lid van de wijnclub van zijn creditcardmaatschappij. Enzovoort. Ach ja, het is gewoon lekker lezen. Het laatste deel komt zeker ook voorbij - het is ideale vliegtuigliteratuur.

31 januari 2016

Eenzaamheid

Bijna 10 jaar geleden, vlak nadat ik deze weblog startte, las ik voor het laasts een boek van J.M. Coetzee. Vooruit, ik was nu in Zuid-Afrika, en dan neem je iets plaatselijks mee in de rugzak. Wereld en wandel van Michael K las ik in een drietal dagen op het hotelbed uit; het is precies zoals ik me de stijl van Coetzee herinnerde: bonking, ongemakkelijk, veelbetekenend en krachtig. De hoofdpersoon brengt zijn doodzieke moeder tijdens een burgeroorlog terug naar haar geboorteplaats, en wordt na haar dood helemaal een Einzelgänger. Een volledig onaangepaste hoofdpersoon in een vijandige wereld: geen recept voor een gemakkelijk verhaal. Op tweederde van het boek is er eindelijk een aardig iemand en dat voelt meteen heel onwezenlijk. Uitermate boeiend, zo'n verhaal waarin de kilte overheerst. Buiten het hotel was het 30 graden, in het boek rond het vriespunt.

29 januari 2016

Siberië

Van Jan Brokken las ik al meerdere interessante boeken over cultuurhistorische onderwerpen; zie de link naar de auteurslijst hiernaast. Om de paar jaar publiceert hij een nieuw boek waarvoor een hoop onderzoek nodig was. De kozakkentuin kreeg ik cadeau van een vriendin en las ik voor het grootste deel tijdens de vlucht van Amsterdam naar Kaapstad. De fijne omstandigheden daar maakten dat het nog een week duurde voordat ik de resterende 75 bladzijden uitlas. Brokken kruipt in de huid van de Rus met Duitse voorouders Von Wrangel, en op basis van zijn overgebleven brieven en memoires reconstrueerde Brokken de vriendschap tussen Von Wrangel (de ik-figuur in het boek) en Fjodor Dostojevski. Vooral diens verbanning naar Siberië staat centraal in dit boek; diens Aantekeningen uit het dodenhuis is eveneens gebaseerd op die periode, en ook in andere romans van Dostojevski zijn daar verwijzingen naar. Schijnt... want ik las van hem alleen ooit eens De gebroeders Karamazov. Hoe interessant het boek ook is opgezet en uitgewerkt, ik miste een vuriger beschrijving van de relatie tussen Von Wangel en de grote schrijver. Brokken schrijft in het nawoord dat het boek moest lezen als een roman, maar dat doet het helaas niet; het blijft teveel een beschrijving van feiten en gedachten. Het boek wekt vooral interesse naar de boeken van Dostojevsky, en dan vooral naar de Aantekeningen uit het dodenhuis. Ik ga daar dit jaar maar eens werk van maken, denk ik.

19 januari 2016

Papier

Nog voor mijn winter/kerstvakantie las ik in enkele dagen het alleraardigste boekje van Lisa Kuitert over haar strijd tegen de digitalisering van het lezen. Het boek en het badwater. De betekenis van papieren boeken is geen aanklacht tegen de e-reader, maar vooral een pleidooi voor het lezen op papier, en het instandhouden van bibliotheken vol boeken, zowel thuis als openbaar. Wie veel boeken om zich heen heeft, voelt de natuurlijke behoefte om meer te lezen. Van een volle e-reader is dat bepaald nog niet aangetoond. Bovendien: in een ruimte vol boeken (een bibliotheek of goede boekwinkel) ga je vanzelf struinen en word je plezierig geconfronteerd met serendipiteit. In de digitale boekenwereld is dat veel minder het geval. Kuitert schijnt zelf ook een e-reader te hebben, maar vindt dat het papieren boek nu wel heel snel wordt afgeserveerd. De nieuwe openbare bibliotheek van Amsterdam heeft een gloednieuw gebouw aan het Oosterdok, wat vloeroppervlakte betreft veel groter dan de vorige behuizing aan de Prinsengracht, maar er staan/liggen wel significant minder boeken voor het grijpen. En professoren en docenten aan de VU mogen op hun kamer geen boeken meer hebben. Ik heb zelf geen e-reader, en ben dus niet voldoende oordeelsvaardig. Ik nam naar Zuid-Afrika in mijn rugzak acht boeken mee, las er slechts twee, maar kwam terug met twaalf. Tja, ik bezocht wat boekhandels aldaar... Zou ik als e-reader überhaupt nog wel boekwinkels bezocht hebben...?

21 december 2015

Dagboek

Ik las alle delen van het Geheim Dagboek van Hans Warren, alles bij elkaar zo'n 25 delen. Verder van hem eigenlijk niets anders. Zijn verzamelde gedichten staan maagdelijk in mijn boekenkast, en ander werk las ik ook nog niet. Een poos geleden kocht ik een bundel proza onder de titel Demetrios, en dat boekje - oorspronkelijk verschenen in 1976 - las ik pas nu en bleek flink autobiografisch getint. De grieks-antieke geschiedenis, Alain-Fournier, zijn ouders.... de sfeer in deze schetsen herkende ik uit zijn Geheim Dagboek. Ik begon die reeks te lezen tijdens mijn studententijd, bijna 30 jaar geleden alweer. Het laatste deel las ik in 2009 (zie hier de leeslog). Dit deeltje proza is geen meesterwerk, maar het boekje deed me wel weer terugverlangen naar de sfeer van die dagboeken.

19 december 2015

Onschuld

Van P.F. Thomése las ik de laatste jaren vooral wat luchtige boeken (zie de auteurslijst hiernaast) maar De onderwaterzwemmer is dat geenszins. Hoofdpersoon is Tin die in 1944 als jongen met zijn vader de rivier wil overzwemmen naar bevrijd gebied; zelf komt hij veilig aan de overkant, maar zijn vader ziet hij nooit meer terug. Dertig jaar later reist hij met zijn vrouw naar een Afrikaans binnenland om daar hun Fosterparentskind te bezoeken (zij wilde dat per se) en in het dorp waar deze albino woont worden ze belaagd door de dorpsbewoners en raakt hij in het gewoel zijn vrouw kwijt, en vindt hij haar later meer dood dan levend terug; op de terugtocht overlijdt ze. In het derde deel - wederom 30 jaar later - verblijft Tin op Cuba en hangt daar volledig verlamd in een ziekenhuisbed. Pas dan worden wat draden uit het verhaal aan elkaar geknoopt. Maar in de 200 pagina's ervoor is de samenhang eigenlijk ver te zoeken. De overeenkomsten tussen wat Tin als jongen en als man van middelbare leeftijd met respectievelijk zijn vader en vrouw meemaakt zijn evident, maar het ontbreken van emotionele ontwikkeling vind ik een gebrek. De Tin van - zeg - 42 is dezelfde als die van 12, en ook die - in het derde deel - van 72. Dat vind ik zeer ongeloofwaardig en precies het probleem van deze bejubelde roman. De tweede en derde episode ontkennen een tussentijd van steeds 30 jaar, alsof daarin niets is gebeurd of dat er niet toe doet. Dat maakt die episodes ongeloofwaardig en te gekunsteld.

09 december 2015

Finale

Bijna drie jaar geleden las ik het eerste deel van de romancyclus Mijn strijd van Karl Ove Knausgård. Dat deel Vader (zie hier de leeslog) intrigeerde voldoende om in de jaren erna ook de andere delen te lezen. In het najaar verscheen het zesde en slotdeel Vrouw, een ruim 1000 pagina's dik geheel waar ik ruim een maand zoet mee was. Het boek leest weerbarstiger dan de voorgaande delen. De gebruikelijke minutieuze beschrijvingen van zijn bezigheden, op welke leeftijd en in welke levenssituatie ook, werken verslavend en hebben grote voortgang. Dit deel bevat echter een essay dat ruim 400 bladzijden beslaat en dat niet makkelijk wegleest. Eerst analyseert Knausgård een gedicht van Paul Celan, en daarna geeft hij een soort van biografie van de jonge Adolf Hitler, en citeert hij flinke stukken uit Mein Kampf. Ook komen andere schrijvers aan bod, zoals Joyce, Proust en Gombrowicz. Maar het essay - meer een boek in een boek - komt binnen het geheel van de cyclus als te bedacht en voor mij ook als onbegrijpelijk over. Waarom hoort dit boek in dit boek thuis? Toch niet alleen als relatieverklaring van de titel (Mijn strijd - in het Noors: Min kamp - Mein Kampf)? Zeker niet oninteressant, maar dit is een andere Knausgård dan in al die andere delen. Enfin, de overige 680 bladzijden van dit boek zijn weer zeer de moeite waard, juist ook omdat ze gaan over het verschijnen van het eerste deel van de cyclus en de impact daarvan op hemzelf, zijn vrouw en zijn familie. Het hakt er allemaal flink in, en die impact kon ik zelf niet bevroeden toen ik dat eerste deel las. Wanneer lees je over de impact van het verschijnen van een autobiografisch boek op het leven van de schrijver en zijn directe omgeving?

15 november 2015

Knus

Het woord bestond nog niet, maar Midas Dekkers vond het wel een goede aanduiding: In De thigmofiel. Het verlangen naar geborgenheid vertelt hij over dit ten opzichte van claustrofobie tegengestelde gevoel. Ik herken dat gevoel goed; lekker knus in een kleine ruimte en de wereld buiten laten voor wat die is. Het zal voor velen niet onbekend zijn. Midas Dekkers rafelt het onderwerp plezierig uiteen, en maakt veel vergelijkingen met het gedrag van dieren. Vooral met dat van poezen, die het liefst in te krappe dozen kruipen. Het is allemaal geen zware kost, dit boekje, maar het leest lekker weg.

09 november 2015

Koning Gorilla

Begin dit jaar las ik de biografie van Koning Willem II (zie hier de weblog), een jaar nadat ik die over Koning Willem I had gelezen (zie hier). Het derde en laatste deel van het trio koningsbiografieën kon uiteraard niet uitblijven. Dik van der Meulen kreeg de minst populaire koning toebedeeld. Koning Willem III. 1817-1890 was geen zonnige man. Hij besteeg de troon een jaar nadat door de grondwetswijziging van 1848 de macht van het staatshoofd flink was ingeperkt, en een jaar na die troonbestijging in 1849 overleed zijn tweede zoon Maurits, zeven jaar oud. Zijn huwelijk met Sophie van Würtemberg was allesbehalve gelukkig. De dood van Sophie in 1877 maakte de weg vrij voor een nieuw huwelijk; in 1879 trouwde de 61-jarige vorst met de veertig jaar jongere Emma. Later dat jaar overleed kroonprins Willem (die overigens nog ongetrouwd was en een losbandig leven leidde in Parijs); in 1884 overleed ook zijn jongste zoon Alexander, die altijd al een zwakke jongen was geweest. Gelukkig was daar in 1880 de geboorte van Wilhelmina - dunner was de draad van het voortbestaan van de Oranjes echter nooit eerder. Tijdens zijn leven begeleidde Willem III zowat de gehele Oranjestam naar de koninklijke grafkelder in Delft... Naast deze familieproblemen had Willem III veel te stellen met de vele regeringen. In de jaren vijftig en zestig van de negentiende eeuw volgden de regeringen elkaar zowat sneller op dan de seizoenen. En Willem bemoeide zich stevig met de inhoud, totdat hij doorhad dat hij bij meningsverschillen altijd aan het kortste eind trok. Dan ging hij maar weer eens op jacht, in de bossen op wild, of op galabals naar nieuwe maitresses. Dit alles maakt deze biografie tot een kleurrijke levensbeschrijving. Af en toe weidt Van der Meulen naar mijn smaak teveel uit naar een geschiedenis van de negentiende eeuw; soms moest ik even zoeken naar de relatie tussen het beschrevene en het hoofdonderwerp. In tegenstelling tot veel andere biografen had Van der Meulen het ook niet makkelijk: Willem III was bepaald geen brievenschrijver, dus het bleek soms gissen naar hoe de koning werkelijk dacht en oordeelde.Er zijn gelukkig voldoende getuigenissen van anderen overgebleven. Niet in de laatste plaats van Koningin Sophie, die een begenadigd brievenschrijfster was. Zij was doodongelukkig, en haar depressieve brieven zullen sterk aan het negatieve beeld van Willem III hebben bijgedragen. Van der Meulen nuanceert dit imago een beetje, en dat maakt dit boek tot een fraaie en boeiende afsluiting van de drie koningsbiografieën.

17 oktober 2015

Verder op pad

Toen ik eerder dit jaar de bundel Het reizen vereist sterke zenuwen besprak, schreef ik dat het het enige verkrijgbare boek van Bob den Uyl was (zie hier de weblog). Ik werd gelukkig snel gecorrigeerd: Er kon niets verkeerd gaan, eveneens een bloemlezing, zag toen net het licht. Ik denk dat ik niet veel andere boeken heb gelezen waar ik zo om moest lachen. In de trein werd me zelfs gevraagd of ik medereizigers zat uit te lachen of omdat het vanwege het boek was. Meermalen rolden de tranen over mijn wangen. In deze bundel weer veel tragikomische reisverhalen en beschrijvingen van ander alledaags leed. Bob den Uyl (1930-1992) schreef een beetje archaïsch Nederlands, maar zijn teksten zijn zeer leesbaar. Prachtig is het 'Wat fietst daar?', een in instructietaal geschreven handleiding voor de fietser. Heerlijke uitweidingen over hoe men een geschikte plek vindt om te lunchen, en de mogelijkheden om meerdere fietsen op verschillende treinstations te stallen en hoe je voorkomt dat je vergeet waar je fietsen staan. 'Een zwervend bestaan' uit 1977 is integraal opgenomen. Het is een van het ene onderwerp op het andere overspringend verhaal vol fantastische beschrijvingen. Gedoe met een nieuw telefoonnummer, een vakantiehuisje zonder water, ideeënbussen etc. De girodienst schrijft: 'u heeft saldotekort. houdt u rekening met administratiekosten.' Altijd weer als ik die zin lees begin ik me af te vragen of daar eigenlijk niet een vraagteken achter moet, of op zijn minst een uitroepteken. En hoe doe je dat toch, rekening houden met administratiekosten? Het schijnt een bepaalde handeling te zijn, maar wat precies staat er niet bij. Verrukkelijk boek!

13 september 2015

Gelegenheid

Vier jaar geleden las ik De brug over de Tara waarin onderzoeksjournalist Frank Westerman de karaktereigenschappen van de etnische groeperingen op de Balkan analyseert die tot de oorlog in voormalig Joegoslavië leidden. Dat boek verscheen in 1994, toen die oorlog nog in alle hevigheid voortwoedde. Een goed boek, zie hier de leeslog ervan. In juli 1995 werd de moslimenclave Srebrenica door de Bosnische Serviërs onder de voet gelopen, werden de mannen en vrouwen van elkaar gescheiden, de vrouwen afgevoerd en de ongeveer 8000 mannen vermoord. Dit alles onder toezicht/nabijheid van Dutchbat en, op afstand, van met name de Nederlandse, Franse en Engelse regeringen en de Verenigde Naties. Westerman schreef in 1995 en 1996 voor NRC Handelsblad enkele artikelen over de val en herschreef deze voor het boek Het zwartste scenario dat in 1997 verscheen. In het voorjaar van 2015 reisde Westerman naar Srebrenica en sprak er met bewoners. Deze drie onderdelen (De brug over de Tara, twee hoofdstukken uit Het zwartste scenario en het reisverslag van eerder dit jaar) vormen het nieuwste boek van Westerman De slag om Srebrenica. Ondertitel: De aanloop, de val, de naschok. Het is niet het boek dat ik hoopte te lezen, zie ook mijn wens in de weblog over De brug over de Tara: namelijk een goed boek over de oorlog in Joegoslavië of over die gruwelijke val van Srebrenica. De helft van het boek is De brug over de Tara, en daarin gaat het niet over Srebrenica, maar over die karaktereigenschappen van de balkanmens. Die zijn zeker niet onbelangrijk om 'Srebrenica' te snappen, maar niet alleen die eigenschappen alleen. Want Mladic, de rol van de VN, Dutchbat, de regeringen, het eerdere verloop van de oorlog enzovoort: ze komen niet aan bod. Het tweede deel over de val (de twee hoofdstukken uit Het zwartste scenario) is weliswaar indringend en geeft veel details, maar Westerman staat niet boven de materie, geeft geen helder beeld van het complexe schaakbord waar meerdere spelers met de stukken schoven en elkaar uitdaagden en op elkaar reageerden. Het slotdeel (het reisverslag) geeft weinig inzicht, behalve dan dat na twintig jaar de wond nog steeds niet geheeld is. Tja, ik heb het gevoel dat de uitgever en de auteur in de aanloop naar 'twintig jaar Srebrenica' zonder al te veel moeite een boek wilden uitbrengen. Een maandje op reis, een verslag ervan, en verder oude bestanden toegevoegd. Dat overzichtswerk moet er dus nog komen; dit boek van Frank Westerman biedt daar goed bronmateriaal voor, maar heeft zelf die status niet.

07 september 2015

Anton

Het is alweer enkele jaren terug dat ik in de Russische bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot de eerste zes delen met verhalen en toneelstukken van Anton Tsjechov las. Zie de auteursindex hiernaast voor de weblogs van deel 2 tot 6 (deel 1 las ik voor de geboorte van deze boekenweblog). Ruim twee jaar geleden kocht ik het zevende en laatste deel met de Notities en brieven; het boek bleef twee jaar op mijn plankje met 'te lezen boeken' - ik las het boek van ruim 650 bladzijden in twee weken uit. Ook in een wereld zonder facebook, e-mail, internet en alle andere snelle verleidingen is het niet niet te bevatten: Tsjechov schreef honderden verhalen, vele toneelstukken en 4200 brieven. Hij werd slechts 44 jaar oud... In dit boek een selectie van die brieven, 693 om precies te zijn. Ze geven een prachtig beeld van de (denk)wereld van deze arts-schrijver die zelf al vroeg ziekelijk was maar zich er niet bij neerlegde. Hij reisde naar Frankrijk, Italië, trouwde pas enkele jaren voor zijn dood (in 1904) en verbleef vooral 'buiten' op zijn met moeite gefinancierde landgoed - eerst ergens bij Moskou, later - op doktersadvies - in Jalta op de Krim. Hoogtepunt in de brieven is zijn reis naar het schiereiland voor verbannenen Sachalin, helemaal aan de oostkust. De reis over land erheen was al een onmogelijke opgave, het verblijf aldaar zeker niet minder. Modder, kou, uitzichtloosheid en armzalig volk. Of zoals Tsjechov schreef: op iedere tien mensen was er één een gewoon mens, de rest een verbannen misdadiger. Hij reist het hele schierleiland rond, doet er een volkstelling, en reist vervolgens per schip via Hongkong, Singapore, Ceylon, het Suez-kanaal en de Bosporus terug naar Rusland (Japan werd niet aangedaan wegens een cholera-epidemie daar). Tsjechov schreef een uitgebreid reisverslag, maar dat ontbreekt in de Verzamelde werken in de Russische bibliotheek. Het is wel apart uitgegeven, alleen tweedehands nog te krijgen; ik heb het inmiddels besteld. Ik ga het snel lezen. Tsjechov raakt bevriend met de ruim 30 jaar oudere Tolstoj; en wijst de jongere Maxim Gorki de weg: er is nauwelijks een meer innemende schrijver van zo'n formaat!

28 augustus 2015

De Negende

Eerder dit jaar las ik van William S. Burroughs het ongemakkelijke boek Naakte lunch (zie hier), en A clockwork orange van Anthony Burgess is eigenlijk net zo vreemd en losgeslagen. Het eigen taalgebruik van de ik-verteller en hoofdpersoon Alex, het ruwe geweld en het onaangepaste gedrag van vrijwel iedereen: het leest allemaal niet gemakkelijk. Regelmatig vraag je je af: waarom lees ik dit? De omvang was echter te overzien en met het idee dat je het toch 'eens gelezen moet hebben' worstel je je door de pagina's heen. Uiteindelijk wordt Alex een beetje menselijk en dan ontroert het verhaal opeens een beetje. Volgens mij is het boek een perfect toonbeeld van het ontheemde wereldbeeld van het begin van de jaren zestig: de koude oorlog op zijn hoogtepunt, het gevoel te moeten loskomen van de beklemmende kleinburgelijke jaren vijftig. Hoe puberaal! En zo leest dit boek eigenlijk ook. De wikipediapagina over dit boek geeft een aardige objectieve samenvatting; iedere lezer zal er een eigen interpretatie aan geven. Dat maakt het boek ook wel weer bijzonder.
Der film die Stanley Kubrick ervan maakte, lijkt haast bekender dan het boek. Maar ik ben niet zo'n filmliefhebber en na het lezen van het boek heb ik ook niet zo'n behoefte om de film te zien. Ik lees dan liever een ander boek.
Meer Leeslog in eerdere maanden - zie de 'archives' in de rechterkolom.